Gebiedsvisie

In februari 2011 hebben wij een eigen gebiedsvisie naar verschillende instanties gestuurd. Een poging om een andere invalshoek onder de aandacht te krijgen.

Zuinig met de Eilandspolder

Werk aan de natuur

Natuurboeren

Beleidsmakers, natuurbeschermers en –organisaties en agrariërs hebben verschillende gezichtspunten. Maar uiteindelijk moet het tot één, werkbaar plan komen.

Onderzoek

Onderzoek

Om de Eilandspolder te beheren op een wijze die past bij het karakter van het gebied, en die voldoet aan de wettelijke richtlijnen, is een aantal ingrijpende maatregelen nodig.

Alterra-onderzoek

Alkmaar heeft een prachtige achtertuin, Europees beschermd

Alkmaar kreeg er in het najaar 2014 een geweldig buitengebied bij, de Eilandspolder met de lagergelegen droogmakerijen, die tussen het oude Schermereiland en de stad Alkmaar in liggen. 'Lager', want de Eilandspolder is helemaal geen polder, maar een hooggelegen veeneiland, het 'SchermerEyland', dat in 1300 bedijkt en gedraineerd werd onder het bestuur van de Graaf van Holland, Floris V, (weet u nog, "der Keerlen God"?).

BLOKVERKAVELING, STROKENVERKAVELING

Het westelijk deel van het Schermereiland was in de eeuwen daarvoor al bij stukjes en beetjes ingepolderd vanuit Graft, waarschijnlijk door kustbewoners uit Limmen en Heiloo. Die kregen daarbij de hulp van de monniken uit de abdij van Egmond - die in ruil daarvoor daarvoor weer stukken land in eigendom verwierven. Land in cultuur brengen was voor de monniken een heilig, van God gegeven werk. Kloosters waren tot in de vroege middeleeuwen de trekkers voor nieuwe ontginningen. De ontginning van de veemoerassen vanuit Graft werd 'Burenmaden' genoemd, later ook 'buitenmaden'. De huidige charme van de westelijke Eilandspolder (tussen Graft en Driehuizen) gaat terug op de kleinschaligheid van die eerste ontginningsgeschiedenis, die 'blokverkaveling' wordt genoemd: steeds een nieuw blokje land erbij, dijkje eromheen.

DE WATERWOLF

Maar de kustbewoners hadden in de loop van de dertiende eeuw behoefte aan meer land. De duinen waren gaan stuiven en het klimaat werd slechter. En wat ze toen nog niet wisten: veen dat je ontwatert en bebouwt, gaat inklinken. Het maaiveld zakt en het land wordt een gemakkelijke prooi voor het buitenwater. Grote stormvloeden teisterden het gebied. De binnenmeren van de Schermer en de Beemster, die in open verbinding stonden met de zee, begonnen ware binnenzeeën te worden. Iedere storm sloeg weer nieuwe stukken land weg. De bewoners vreesden de "waterwolf" en probeerden tevergeefs het water te keren met afzonderlijke dijkjes. Maar dat hielp niet genoeg. Ook de Westfriese Omringdijk, bij Ursem, die in 1250 gereed gekomen was, liep gevaar door al dat woeste water aan de zuidkant. Er was behoefte aan de volledige bedijking en ontginning van de 'Binnenmaden', het Oostelijk deel van het Schermereiland.

PROJECTONTWIKKELING ANNO 1300

Dat was echter een onderneming die de kracht van individuele burgers en dorpsgemeenschappen te boven ging. Pas onder het grafelijk bestuur aan het einde van de 13de eeuw kreeg de bedijking zijn beslag, in de vorm van een z.g.' cope-verkaveling'. Een cope is een soort ruimtelijke-ordeningsplan, waarin ook de rechten en plichten van alle betrokkenen worden vastgelegd, zoals grondgebruik, verplichte werkzaamheden aan dammen en dijken, en het betalen van belastingen (tijns). Eigenlijk was de 'cope' een vroeg-middeleeuwse vorm van projectontwikkeling, eerder nog dan de ontwikkeling van de stad Amsterdam. Het is ook de enige cope-verkaveling in NoordHolland. Dergelijke cope-verkavelingen worden verder alleen zuidelijker gevonden in gebieden onder het beheer van de bisschop van Utrecht.

ITALIAANSE LANDMETERS

Hoe ging men te werk? Voor de ontwatering werd noord-zuid eerst een grote wetering gegraven, de gouw, recht op de vroegere kerk van Schermer af (de fundamenten van die kerk liggen waarschijnlijk onder de molen van de Havik) en evenwijdig daaraan twee kleinere weteringen, de Delft en de Voordijksloot. Haaks daarop werden smalle stroken land uitgegraven met een vaste lengtemaat van 1250 meter. Deze verkaveling valt nog steeds te herkennen op de kaart, en is goed te zien vanaf de hoger gelegen Westdijk tussen de Eilandspolder en de Beemster. De bijzondere maten (niet de gebruikelijke Rijnlandse Roeden) wijzen er op dat er bij de ontginning waarschijnlijk landmeters van internationale komaf betrokken zijn geweest, wellicht Italiaanse landmeters, die hun ervaring hadden opgebouwd bij de ontginning van de Po-vlakte. Neerkijkend vanaf de dijk op de polder krijgt men een vreemde associatie: daar ligt het stratenplan, de grid van Manhattan, met de Gouw als 5th Avenue en de achtersloot bij Grootschermer als Columbus Avenue. Daaraan ligt ook de Beeldentuin van Nic Jonk, waar men plaats heeft ingeruimd voor de vele majolica-vondsten van enkele oudheidkundig geïnteresseerde Grootschermers... Grote gravers, die Grootschermers.

OUDE HUISPLAATSEN

Wie met een fluisterbootje het gebied ingaat kan de Gouw of de Delft volgen van De Rijp tot in Schermerhorn, maar ook halfweg afslaan in de richting van Grootschermer en de 1250 meter langs de landjes afleggen tot in de achtersloot van het dorp.

Aanvankelijk was het plan geweest om de nieuwe bewoners van de binnenmaden te vestigen aan de Gouw en ze vanaf de Gouw als hoofdstraat de achterliggende kavels te laten bewerken. Zo is het waarschijnlijk ook wel begonnen, maar het bleek daar toch te ruig en te zompig voor vaste bewoning. Recent onderzoek heeft aangetoond dat er langs de Gouw aanvankelijk 60 'huisplaatsen' (boerderijen) geweest moeten zijn. Maar al in de veertiende eeuw zijn deze weer verlaten, en hebben de bewoners zich langs de drogere westdijk van de Binnenmaden gevestigd aan het huidige noord- en zuideinde van het dorp Schermer.

SCHEPPEN EN SPUIEN

Hoe hielden ze het droog, al die landjes? In de 13e en 14de eeuw beschikte men nog niet over de technische mogelijkheden die later, in de 17de en 18de eeuw de drooglegging van de grote meren mogelijk zouden maken, zoals grote windmolens en molengangen - de uitvinding van de Rijper molenbouwer Leeghwater. Nee, het overtollig water werd over de dijk gezet met emmers en hijsbakken. Ook maakte men gebruik van spui-sluisjes en spuikokers om het binnenwater te lozen, als het buitenwater - dat toen nog in verbinding stond met de zee - laag was. Het water in de Oostelijke Eilandspolder is nog steeds licht brak, een van de factoren voor de bijzondere flora in het gebied.

HARINGEN EN WALVISSEN

De bewoners van de Eilandspolder hebben zelf nooit royale middelen van bestaan gehad. Wat zuivel verhandelen (Alkmaarse Kaasmarkt!), rietsnijden, een beetje jagen en vissen, het hield niet over. Totdat De Rijp rond 1500 zijn haven ontwikkelde en de mannen konden aanmonsteren op de schepen, het zeegat uit op de haringvangst, en vervolgens op de walvisvangst. Het hele gebied maakte de volgende eeuwen een grote bloei door tengevolge van de zeevaart. Niet alleen de vangst zelf was lucratief maar ook alles wat te maken had met het uitrusten van schepen en het verwerken van de opbrengsten van de zeevaart. De haven van de Rijp bediende grote schepen die via de Zuiderzee en via Wormer en Purmer binnenliepen. Daar werden ze gerepareerd en opnieuw uitgerust, en van daar ook konden ze hun handelswaar doorvoeren. Ze vielen binnen met de gevangen walvis, één walvis aan ieder kant van het schip gemeerd. In de Eilandspolder kwamen traanstokerijen te staan, die een hoop stankoverlast gaven en alleen ten oosten van De Rijp gevestigd mochten worden.. Betje Wolff klaagde in haar brieven dat de stank soms niet was om te harden.....

BESCHERMD GEBIED

Tot in de twintigste eeuw is het gebruik van de Eilandspolder niet veel veranderd. Er was veeteelt van kleine boeren, de Eilandspolder werd een vaarpolder die aan de randen wat intensiever werd gebruikt dan in het moeilijk bereikbare midden. Dat heeft geleid tot de bijzondere flora en fauna. Het is een belangrijk weidevogelgebied geworden voor vogels als de grutto en de kievit; trekvogels fourageren er en 's winters rusten de smienten er uit. De westelijke en oostelijk Eilandspolder zijn VogelRichtlijngebied geworden en zijn Europees beschermd. De oostelijke Eilandspolder, de oorspronkelijke binnenmaden, wordt bovendien nog beschermd door de HabitatRichtlijn, die zich richt op de gehele habitat en speciaal op enkele bijzondere soorten en planten, zoals de veenmosrietlanden. Wat de dieren betreft gaat het vooral om de prioritair beschermde Noordse Woelmuis, de vroegste bewoner van de Eilandspolder, daar achtergebleven na de laatste ijstijd: en zeer exclusief dier, want er zijn nog maar enkele plekken in Nederland, en Europa, waar hij voorkomt.

Het is nu weer rustig in de Eilandspolder. Daar ligt een duizendjarige oer-Hollandse geschiedenis van de strijd tegen het water aan je voeten. Wie buitenlanders wil verbazen, neme ze mee op een tochtje rond de Eilandspolder om de dijkjes en de grote verschillen in waterhoogten te laten bewonderen. Boven je hoofd buitelen grutto's en kieviten en in de verte gaat de zware vleugelslag van de bruine kiekendief.

GEWELDIGE ACHTERTUIN, ALKMAARDERS!